Verscholen 

onder een kleurrijk tapijt van vallende bladeren

Wachten de straten op de eerste sneeuw

Onder het bulderend gedaver

van al wat ons verplaatst

Vervullen ze rillend van de koude

roerloos hun rede van bestaan

IJzig mooi ontwaken ze

In deze schone tijd

 

Om ons te verbinden met elkaar

 

                     

Wegwijzer

 
Ik vond mezelf niet in mijn hoofd
Wat ik zei was niet wat ik wou zeggen
Wat ik deed was niet wat ik wou doen
 
Een gevoel als betonrot sloop in mijn hoofd
Stilzwijgend stemde ik in met een aftakeling
Stilletjes leek luid en orde leek chaos
 
Ik was niet wie ik nu ben
Ben nu niet wie ik toen was
Ik slaagde er in, op korte tijd, heel ver weg van mijn omgeving te verdwalen
 
De weg terugvinden bleek een lange tocht
Zonder wegwijzer was het nooit gelukt!
 
                                      

Wandeling langs de oevers van de Dijle

 

Ik draag een bleek gelaat 

Diepe kloven tekenen mijn handen 

Een ruwe huid als schors 

En toch 

Intens gelukkig 

Warm vanbinnen 

De gure wind, het grind onder mijn voeten 

Een witte gans toont me de weg 

De weg naar de overkant 

Waar het even mooi zal zijn

 

                                                

Onrust

 

Bodemloze grachten 

Gevuld met pijn 

Klevend tot de oevers van verdriet 

Omarmt, doorkruist 

De vaandeldrager in het witte gewaad 

Voorop in de strijd, 

Een vreedzaam betoog 

Rent schreeuwend ten velde 

De nerven van het leven 

Blootgesteld aan het verhaal 

Krijsend krassend de woorden 

Die helen de wonden 

Rust zal heersen, als je maar geduldig wacht

 

                                                    

Laat begaan

 

 “Laat begaan” 

Het telen van jouw aarde 

“Laat begaan” 

Jouw verbeten pijn 

De ranken zullen rijpen 

Niet al is zoet als wijn