In de nachtzwarte storm

Ontmoeten we elkaar

Ontdaan van de mantel der standaardnorm

Smachtend naar opwinding en gevaar

 

Vergezel me naar de bodem van de fles

Verblind door de schittering van het zwaard van Damocles

Al overstijgen we slechts voor één seconde

De duistere ravijnen van onze zonden

 

Over de hoogste toppen zullen we scheren

Te verdoofd om ons nog te bezeren

Een overmoedige Icarus stuift boven het wolkendek

Ik voel hoe ik mijn ongenaakbare vleugels opentrek

 

De zon lonkt me als haar trouwe minnaar

En troont me mee naar het hemels altaar

Waar het uur des oordeel onverbiddelijk aanbreekt

Ik op mijn knieën om genade smeek

Je buldert je meest honende lach

Waarop je me laat neerstorten in de oneindige nacht

                                 ©

Als ik nu toch maar eens jouw gedachten kon lezen

Ik zou jou zo alles willen geven

Jouw wolken grote dromen vervullen

Jouw radende stippenlijnen invullen

Ik kus de zilte tranen van jouw wangen

En zal de graaiende nachtmerries voor je vangen

Weg met die vertrokken rimpels op je voorhoofd

Ik wis alle etterende kwetsuren uit, beloofd

Ik vervang ze door zeepbellen, romige taarten en he lachen van een kind

Zodat ook jij jouw prachtige glimlach hervindt

Ik giet kannen vol zonlicht over je heen

En geef jou mijn hart in bruikleen

Zodat het kan kloppen voor jou 

Alles en nog zoveel meer, want je weet wel… Dat ik van je hou

                                       ©

Mijn liefste onbezorgde ik

Het afscheid valt me zwaar

Bovendien kan het deze keer niet worden opgevuld met enkele maars

Jouw eens zo rijkelijk ingekleurde dromen worden ongenadig door de samenleving kort geknipt

Zodat je in hun wit zwart patroon kan worden geschikt

Eens was je door een rustgevend deken veilig omhuld

Maar in deze steeds sneller gaande wereld worden eigenzinnige ontdekkingstochten niet geduld

Al hinkend wordt van jou verwacht de foxtrot te dansen

Eén, twee, drie, één, twee, drie…weg met al die kansen

Want mijn liefste onbezorgde ik, het volwassen leven komt brutaal op je deur aankloppen

En daarmee zal spijtig genoeg ook je hart moeten stoppen

 

Mijn liefste onbezorgde ik

Tien jaar heb ik jou in de waterput van vergetelheid laten zitten

Jij zonder enige speelruimte kon enkel maar snikken

Ik was je op de weg van moetens en ja-knikken helemaal kwijt geraakt

Wat heeft me dat talloze keren zo eenzaam gemaakt

De grote mensen hebben jouw mond verzegeld

En daarmee werden ook al jouw gekken kuren weg gekegeld

Maar zopas heb ik een cadeau in handen gekregen

Een compassiekompas waar ik alle gevaarlijke paden mee zal betreden

Zo zal ik ooit mijn weg tot jou terugvinden

En zullen onze harten zich opnieuw verbinden

Deze keer zal ik niets of niemand mijden

Ik beloof je, ik zal voor jou, voor ons, voor mezelf strijden

                                    ©