Het Product der Onbekenden

 

Ondanks mijn gezonde levensstijl en de dagelijkse inname van het cholesterolverlagende drankje ‘Danacol’, piekt mijn cholesterolpeil weer boven het toelaatbare! Maar volhouden is de boodschap en ik wil toch ook deze keer mijn wekelijkse portie Danacol in mijn winkelkarretje droppen bij de lokale supermarkt.

Ik vind het echter niet direct terug in de koelafdeling en na wat heen en weer lopen tussen de rekken, besluit ik verkoopster Zuurpruim aan te spreken die daar toevallig passeert. Ik vraag haar of ze me kan helpen bij mijn zoektocht maar ze staart me met grote, niet-begrijpende ogen aan. ” Danacol?” vraagt ze, “Daar heb ik nog nooit van gehoord! Wat is dat?” Ik leg haar uit dat het een cholesterolverlagend drankje is, doch ik heb de indruk dat ze daar al evenmin over gehoord heeft!

“Dat verkopen wij niet!” zegt ze, denkend dat daarmee de kous af is. Ik protesteer en vertel haar dat ik het product, al sinds jaar en dag, wekelijks in déze winkel aankoop.

“Nooit van gehoord,” herhaalt ze, “ dan zal ik tweedelijnshulp moeten inschakelen!” en ze beent weg, mij een beetje verbouwereerd achter latend.

Even later verschijnt ze met versterking; deze keer een vriendelijke collega en ouderot-in-het-vak. Maar ook zij schudt twijfelend het hoofd terwijl ze “Danacol…?” uitspreekt alsof het een totaal onbekend exotisch product betreft, mss net ontdekt op een onbewoond eiland. Ik druk haar op het hart dat ik het écht wél áltijd in déze winkel gekocht heb. 

Als om mij te troosten, laat ze nu bij zichzelf een lichtje branden; “Jaja, ik herinner het me vaag, het kan wel dat we dat ooit verkocht hebben maar dat is dan toch al lang geleden!”

Ik waan me even het hoofdpersonage in ‘Het huis der onbekenden’ van Jos Vandeloo maar ik slik mijn frustratie weg en besluit een alternatief drankje te kiezen.

Als ik even later ook mijn courante schoonmaakproduct niet aantref, waag ik het niet om aan wie dan ook een vraag te stellen. Eens uit de supermarkt ben ik al blij dat ik de weg naar huis nog herken….. Toch binnenkort dat boek nog ’s terug lezen!

 

In de ban van A                 (DeMonA)

 

Toen Mr. Alzheimer voor het eerst bij Mona aanklopte, had ze hem niet onmiddellijk herkend.

Na verloop van tijd begon ze hem door te krijgen en probeerde ze hem de deur te wijzen. Maar hij liet zich niet buiten zetten want hij had zich al knus genesteld in alle kamers van haar hoofd, van waaruit hij haar hele doen en laten regisseerde. 

 

Mona gaf zich niet zomaar gewonnen en bekampte Mr. Alzheimer met alle kracht die ze nog in zich had. Soms won ze het pleit wanneer ze zich een woord, een naam of een feit herinnerde dat eerder al lang verdwenen leek. Dat noteerde ze dan in een notaboekje:

Mona – Mr. Alzheimer: 1 – 0

….. in kribbelige hanenpoten…. haar eens zo elegante handschrift had Mr. A al gestolen……. Hij zette zijn rooftocht verder en ontfutselde ook steeds meer woorden en het vermogen om verstaanbare zinnen te formuleren voor mensen die nog niet hadden kennis gemaakt met haar ongewenste huisgenoot. De woorden die nog wél haar eigendom bleven, had hij goed verstopt in het kleinste en donkerste kamertje van haar geheugen, waar ze door elkaar kroelden en botsten wanneer ze om het eerst naar buiten wilden…ongeordend, buitelend over elkaar.

 

Er was ook nog Mevr. Opportunista, die zich liever Mevr. Mantelzorger liet noemen, maar die handig van Mr. Alzheimers diensten gebruik maakte om van zijn slachtoffer ook de aardse bezittingen afhandig te maken…ze hadden een prima deal; hij mocht haar geest roven, zij de rest en beiden konden ze haar afzonderen van de boze buitenwereld en van de steeds schaarser wordende omstaanders die het goed met haar gemeend hadden.

Maar dat was zonder Mona’s sterke wil gerekend! In een laatste min of meer heldere fase kon ze het cordon dat rond haar was opgetrokken nog één keer doorbreken om , onzeker en verward, toch een SOS te sturen naar een laatste vertrouweling.

Hulp kwam; Mevr. Opportunista werd de laan uitgestuurd en vervangen door onbaatzuchtige zorgverleners die Mona’s laatste dagen vulden met warme aandacht en oneindig veel geduld.

 

Maar het kwaad was geschied; ook haar laatste woordelijk bezit verdween…werd opgeslokt in een kolk van lettergrepen tot er nog slechts klanken overbleven …. en een verdwaasde angstige blik die smeekte om hulp die niemand haar nog geven kon….

Mona – Mr. Alzheimer: game over!

 

 

Poppy memories

 

In de koelte van de ochtendwandeling staan ze oranjerood te blozen; the poppies.

‘In Vlaamse velden’ kreeg hun naam een dramatische bloedrode bijklank maar mij brengen ze naar Brabantse, Pajotse velden….naar de zomervakanties bij mijn grootouders 

‘op den buiten’!

Ik was altijd al een buitenkind, geboren in het lichaam van een stadsmus.

Mijn pépé nam me regelmatig mee voor lange (of toen leek dat toch zo) wandelingen langs smalle veldwegeltjes, de kaki ‘ransel’ met daarin een ‘gamel’ met lekkers (beide nog daterend uit zijn legertijd – behalve het lekkers dan) op de rug. Hij vertelde over de kollebloem. Ik was gefascineerd door het karmijnrood, nog onwetend over het bedwelmende sap van de klaproos….. ‘Dokter Pulder zaait papavers’ was nog lang niet uit!

Ze wiegden elegant in gezelschap van intens blauwe korenbloemen; de mooiste bloem uit het veld, vond pépé.

Hij plukte een korenaar en wees me hoe ik de halm tussen mijn handpalmen moest rollen om de korrels los te maken om ze daarna in mijn mond te proppen. “Lekker hé”, vroeg hij. Ik vond het een beetje ‘melig’ maar deed alsof het een delicatesse was om hem niet teleur te stellen, want hij was zo’n lieve ( in mijn ogen al ‘oude’) man….hoewel  hij toen jonger moet geweest zijn dan ik nu zelf ben….. 

We kuierden verder tot bij een vijver met prachtige witte ganzen op het domein van een kasteel (ik geloof dat mijn grootvader daar de tuinman of zo kende).

Voor mij was het alsof ik in een sprookje wandelde en ik kon daar later oeverloos over verder fantaseren (misschien doe ik dat op dit eigenste moment ook wel….)en na de vakantie kon ik dan een beetje opscheppen tegen mijn stadsvriendinnetjes!

Twee zomers geleden bezocht ik terug het dorp van mijn grootouders. Hun huis stond er nog…. Leeg…..op een klein verwilderd lapje grond dat ééns een immense speel- moes- en bloementuin had geleken…….

De weg naar de vijver van het kasteel heb ik niet teruggevonden.

 

Schuldig over de hele lijn....????

 

Ik met me schuldig voelen......... en elke dag dat ik de krant lees of via andere kanalen geconfronteerd word met somber nieuws over onze verkankerende planeet, lukt dat beter!

Ik moet me schuldig voelen als ik eet (ook al ben ik een overtuigd flexitariër die zich slechts in zéér geringe mate schuldig maakt aan carnivorisme ).... Maar waar en hoe wordt mijn voedsel geteeld/geproduceerd? Heeft het geen te grote afstand moeten overbruggen vór het op mijn bord belandt?

Ik moet me schuldig voelen als ik (geen water) drink! Vanaf het tweede genotsdrankje moet ik mezelf als een aankomende alcoholist beschouwen...en als ik bovendien van datzelfde drankje met een niet-ecologisch-verantwoord-rietje zou genieten, dan ben ik helemál slecht bezig!

Genieten van een héérlijk kopje koffie la George Clooney? Fout! De capsule komt gegarandeerd in de plastieken zee terecht.... Ik heb mijn cafeïneverslaving dus teruggeschroefd naar één kopje per dag én ik spaar verwoed voor de aanschaf van een gesofistikeerde expresso machine die de geurige (FAIR trade) bonen omtovert tot mijn favoriete brandstof om de dag te starten! Maar wá𝑡 als het fabriceren van zo’n volautomatisch koffiewonder schadelijk is voor het milieu...???

Ik moet me schuldig voelen als ik kleren koop! Die blijken volgens wetenschappelijk onderzoek allemaal plastieken microdeeltjes te bevatten! En werd mijn outfit wel op een ‘propere’ manier genaaid, zonder kinderhanden en eerlijk verloond? Puur natuur materialen zijn ook geen optie; daar werden onschuldige dieren gruwelijk voor afgeslacht of er worden plantaardige vezels gekweekt die dan weer te veel water verbruiken! Allemaal terug in ons blootje dan maar? Met de klimaatopwarming moet dat wel lukken!

Ik moet me zéker schuldig voelen als ik in een vliegtuig stap om van een andere cultuur te proeven want dan ben ik écht wel de grootst denkbare luchtvervuiler! En sorry Anuna en Greta (jullie steken natuurlijk terecht een beschuldigende vinger op), k heb écht niet de middelen om een zeilyacht te vorderen dat mij naar de andere kant van de wereld kan brengen...maar wees gerust ; ik hou het meestal véél dichter bij huis en doe de meeste verplaatsingen per fiets...jullie ook?

Tot slot moet ik me ook nog schuldig voelen als ik tijdens sporadisch koude wintermomenten van een gezellig knetterend haardvuur geniet...maar da’s natuurlijk onze eigen schuld; we hadden de aarde maar niet moeten opwarmen!

 

Kortom.... ik moet me schuldig voelen over bijna de hele lijn.. (bijna; ik heb géén suikerverslaving en ik ben niet obees)!

Ondanks de zware schuldenlast die op mijn schouders rust, fiets ik zonder batterij ondersteuning (die blijken ook schadelijk voor onze natuurlijke omgeving!!!) en dus milieubewust naar de dichtstbijzijnde lokale winkel met mijn herbruikbare boodschappentassen en probeer milieuvriendelijke en lokale producten te kopen die NIET in plastiek verpakt zijn..... ondanks het recent verbod op plastieken (boodschappen) zakjes nog steeds geen gemakkelijke opgave! Ik doe mijn best!

Ondertussen flitsen er twee deuntjes door mijn hoofd:

  • -  Het leven was (is) lijden ( Robert Long) en

  • -  Always look at The Bright Side of Life (Monty Python)

    ........ Ik besluit om voor het laatste te kiezen!

 

 

Vrijdagtijd

 

Elke vrijdag opnieuw overvalt mij dezelfde gedachte terwijl mijn zwabber heen en weer zwiept over de keukenvloer: ‘Hoe kan het nu dat het alwéér vrijdag/poetsdag is?’ Er zijn nog andere handelingen die zich wekelijks herhalen maar de snelheid waarmee de week voorbij racete, valt mij vooral ’s vrijdags op… misschien ook wel omdat poetsen nu eenmaal niet mijn favoriete tijdverdrijf is…. Ik zie het meer als een Condicio Sine Qua Non  om het leven in huis aangenaam netjes te houden.

Maar Tempus Fugit dus , niks nieuws onder de zon, en als je een min of meer respectabele leeftijd bereikt hebt, wordt de snelheid nog opgedreven…… op zich een beetje contradictorisch toch aangezien wat meer ‘belegen’ mensen zich wat trager voortbewegen en net méér tijd nodig hebben!

Maar ook van piepjonge exemplaren hoor ik vaak dat hun drukbezette dagen aan overdreven snelheid voorbijrazen …. dat men daar nog geen gasboete voor bedacht heeft!? Bovendien dreigt er een groot tekort want er werden nooit tijdreserves aangelegd!

’t Is iets wat me altijd heeft bezig gehouden!

Zou het tó𝑐ℎ niet kunnen dat er wat hapert aan ons tijdsmechanisme? Misschien is één seconde geen seconde meer  maar 1/100ste minder dan de seconde uit onze jeugdherinneringen? Niemand die het zou merken (behalve bij het opmeten van steeds sneller wordende snelheidsrecords), maar bij ‘gewone’ burgers zou het ontbreken van dat ietsiepietsie stukje tijd toch niet opvallen? Als je dat echter allemaal zou uitrekenen (waar ik me nu niet zal aan wagen) , dan denk ik dat onze tijd toch ferm zou inkorten… Misschien is één of andere buitenaardse kracht wel aan onze klok aan ’t prutsen!!

Of misschien denkt de lezer  van dit schrijfsel dat mijn gevoel voor tijd op hol geslagen is…. En waarschijnlijk heeft die nog gelijk ook…

Ik zal het maar bij Carpe Diem houden….dat lijkt me veiliger!